Romance

ergens tussen ernst en frivoliteit
ontmoet ik haar, Ceci

ingehouden opgewekt, ik zag
een gewenst kind, met ouders
die toch samen bleven

in haar handschrift
stond het te lezen
maar dat was pas later

eerst keek ze schuin langs me
naar m'n ziel, onder mijn arm
die zich geestdriftig verplaatste

mijn eerste afspraakje met haar
mijn eerste tafeltje van twee

laat u ons even?
Ceci n'est pas un poème


© 2010

Los

spanning op de touwen
op het krakend rieten vlechtwerk
de gevangen warme lucht
bolt hoog de paddestoel van doek
die statig staat te dralen
die waardig staat te wiegen

ongeduldig braakt een stalen draak
het vuur omhoog, doorbreekt de stilte
spanning wil stijgen –
inschepen nu, de mand verschuift
de landvasten vieren
de wind neemt de leiding

dan, je mee laten voeren,
laten stromen met de lucht
de hemel strekt zich bleekblauw uit,
met paarse en grijze tinten
de zon is zwak, niet nevelig,
tekent geen zware schaduwen

wel een glijdende luchtballon
op het avondland
die, boven de tijd uit gestegen
z’n passagiers ontvoert
de draak brult in de vredige rust
waarin ze langzaam verglijden


uit: Danser © 2009

Hollands harem

De vaarboer vaart zijn platte schuit
vol vrouwvolk van veld naar veld,
van eiland naar groen polderland
tussen riet en wilgen door

De vaarboer voert zijn platte schuit
langs dijken, door ondiepe vaarten,
waar het water hoog
zijn kudde draagt

in het ritme van dagelijks
melken – de vaarboer vaart
tot zijn uitvaart hem belet
nog langer voort te varen


uit: Danser © 2009

z.t.

mijn handen zijn te klein
om te begrijpen en bevatten –

ze blijken gemaakt
om door te geven


uit: Danser © 2009

Klein mospaardje

het paardje staat
bestaat
is aan het staan
tussen de bomen
roerloos

z’n manen hangen
z’n neus is dampig
ogen glimmen
alles is rond
en staande

stevig op hoeven
op de grond
het staat
als een paardje
in zichzelf

de manen golven
de topjes althans
de touwige topjes
de rest staat, stevig
warm en dampig


uit: Danser © 2009

Grensgebied

de hoeven hebben de stenen
straat verlaten
geen echo tegen de huizen meer

dof ploffen ze in de aarde
we dringen de stilte binnen

voor de laatste geluiden
is alle ruimte

als ik de teugels in houd
hoor ik – zijn bries

mijn zucht


© 2010

Soulange

zonder beschrijving
lijkt er niets te zijn
begin ik met haar vingers
dan beperk ik
wat jij al zag
en doe ik haar tekort

zelfs een nagel zou
buiten de boot
kunnen vallen
als hij iets te lang
te scherp
te gekleurd
zou klinken

liever laat ik het
bij wat je al wist:
dat ze mooi is
en van niemand


© 2010