En passant

er zijn
geen foto's uit z'n jeugd

er zijn
wel herinneringen

er waren
toekomstdromen

er waren
jaren aan een rivier

er is
een vlot, met wier begroeid

er is
een aandachtige blik

bij het passeren


©2010

Primeur

trilling
niet nerveus maar opgewonden
een debuut in tastzin en reukzin

het kan de laatste keer zijn
stroom aan vingertoppen

de losgerukte blik
geeft het scherpste beeld

het geestesoog flakkert nog na
tot de schemer intreedt


©2010

z.t.

het lege blad
op mijn bureau
vat de avondschemer

zo schoon had ik het
nooit kunnen beschrijven


uit: Niet Over Rozen, © 2005

Hare Luchtigheid

zonlicht schittert scherp,
tussen het riet
verschijnen waterjuffers

trilglansjes van vleugelslag
elfjes, zomaar overdag,
met een ijl, onhoorbaar lied
komen zij
de stilte bewaken

pootjes raken zacht een spriet,
toppen tippen tot een landing
lichter dan de lucht
en wars
van gewichtige zaken


uit: Niet Over Rozen, © 2005

Romance

ergens tussen ernst en frivoliteit
ontmoet ik haar, Ceci

ingehouden opgewekt, ik zag
een gewenst kind, met ouders
die toch samen bleven

in haar handschrift
stond het te lezen
maar dat was pas later

eerst keek ze schuin langs me
naar m'n ziel, onder mijn arm
die zich geestdriftig verplaatste

mijn eerste afspraakje met haar
mijn eerste tafeltje van twee

laat u ons even?
Ceci n'est pas un poème


© 2010

Los

spanning op de touwen
op het krakend rieten vlechtwerk
de gevangen warme lucht
bolt hoog de paddestoel van doek
die statig staat te dralen
die waardig staat te wiegen

ongeduldig braakt een stalen draak
het vuur omhoog, doorbreekt de stilte
spanning wil stijgen –
inschepen nu, de mand verschuift
de landvasten vieren
de wind neemt de leiding

dan, je mee laten voeren,
laten stromen met de lucht
de hemel strekt zich bleekblauw uit,
met paarse en grijze tinten
de zon is zwak, niet nevelig,
tekent geen zware schaduwen

wel een glijdende luchtballon
op het avondland
die, boven de tijd uit gestegen
z’n passagiers ontvoert
de draak brult in de vredige rust
waarin ze langzaam verglijden


uit: Danser © 2009

Hollands harem

De vaarboer vaart zijn platte schuit
vol vrouwvolk van veld naar veld,
van eiland naar groen polderland
tussen riet en wilgen door

De vaarboer voert zijn platte schuit
langs dijken, door ondiepe vaarten,
waar het water hoog
zijn kudde draagt

in het ritme van dagelijks
melken – de vaarboer vaart
tot zijn uitvaart hem belet
nog langer voort te varen


uit: Danser © 2009